Mendonk ligt aan de Moervaart, de Zuidlede en de expresweg Gent-Zelzate. Het is een van de oudste nederzettingen in de provincie Oost-Vlaanderen die in 1965 grotendeels door Gent en deels door Wachtebeke werd opgenomen.
Volgens oude kronieken had Mendonk reeds in de zevende eeuw een kerk, die in 694 door de kloosterlinge Childela aan de Gentse St. Baafsabdij overgedragen werd. Het huidige St.-Baafskerkje bewaart de penitentiesteen van St.-Bavo, waarvan de overlevering wil dat de heiligen hem als hoofdkussen zouden hebben meegedragen toen hij als kluizenaar in de Mendonkse meersen zou hebben geleefd. Op de plaats waar zijn kluis zou gestaan hebben, werd in de vijftiende eeuw een bedevaartskapel opgericht, die onder het Franse bewind afgebroken werd maar in 1868 in NeoRomaans werd wederopgebouwd. De oudste vermeldingen luiden: Metmedung (10e eeuw), ontstaan uit Miduma + dunga, vanuit het Germaans vertaald door: zandige opduiking in moerassig gebied. Van oudsherbehoorde Mendonk toe aan de St.-Baafsabdij en later aan de Bisschoppen van Gent.
Deze waterweg ten oosten van de Gentse kanaalzone, tussen Rodenhuizen en de grens van Daknam, is 21 km lang. Deze vaart, theoretisch bevaarbaar voor binnenschepen tot 300 ton, staat in directe verbinding met het zeekanaal Gent-Terneuzen, de Langelede, de Zuidlede en het kanaal van Stekene.
De Moervaart, waarop het reeds geringe vervoer in dalende lijn gaat (36000 ton in 1971, inclusief de Durme), werd gegraven omstreeks 1728. De laatste jaren echter kwam deze reeds wegkwijnende waterweg vooral bij de watersporters en de jachting meer en meer in de belangstelling.
150.000 V, goed voor de elektriciteitsvoorziening van ongeveer 2.000.000 inwoners. Haar vier thermische eenheden verstoken het hoogovengas van Sidmar, steenkool en stookolie. Ze maken stoom onder 130 bar met een temperatuur van 540 graden. Eens de stoom door de turbines geraasd heeft
moet deze gecondenseerd worden. De condensor wordt afgekoeld met water dat opgepompt wordt uit het kanaal. Het gebruikte koelwater, te warm om rechtstreeks in het kanaal te lozen, wordt eerst afgekoeld in de koeltoren. 20 ton koelwater per uur, gezuiverd in een waterzuiveringsstation, is zo zuurstofhoudend en zuiver dat het een werkelijke verademing betekent voor het Moervaart en kanaalwater. Vandaar ook de vele vissers aan de monding van dit koelwater.
Dit poldergebied met zijn waterzieke gronden is gemiddeld 2 tot 2,5 km breed en 15 km lang en is zeer drassig, grachtenrijk en zeer weinig bewoond. Dit gebied werd pas in de twintigste eeuw in cultuur gebracht. Het wordt bijna geheel ingenomen door weiland en populierenaanplanting. In dit moerasgebied, waaronder een dikke veenlaag ligt, komen tal van koepelvormige zandingen voor (donken genoemd). Deze donken waren uiteraard de best geschikte plaatsen voor de huidige woonkernen. Vandaar zijn ook de namen Mendonk, Terdonk, Desteldonk, Speurdonk, Wulfsdonk en Walderdonk afgeleid. In het centrale deel van de Moervaartdepressie werd het Provinciaal Domein Puyenbroeck aangelegd. Wie dit stukje ongeschonden natuurgebied, waar sinds de tijd van toen alles is blijven stilstaan, langs zijn talrijke jachtpaden eens wil doorkruisen, kan dit vanaf het Domein met als eindpunt de jachthaven van de VVW-Mendonk, gelegen op 500m van de Kennedybrug langs de expressweg Gent Zelzate. (Jachthaven aan de linkerzijde van de Moervaart komende vanaf het Domein. De Moervaart mondt uit in het kanaal Gent-Terneuzen, een druk bevaren waterweg voor schepen tot 60.000 ton. Dit kanaal is 200 m breed en 12,5 m diep. Aan deze monding ligt aan de ene zijde de scheepswerf van Langerbrugge en aan de andere zijde de elektrische centrale van EBES Rodenhuize. Deze centrale heeft een bruto vermogen van 450 MW en verstuurt haar elektriciteit met een spanning van VVW-Mendonk
Aan de zuidwestelijke uitloper van dit stukje ongeschonden natuurgebied zochten in 1969 enkele watersporters hun toevlucht, nabij het zogenaamde Spaanse Veer. In deze pionierstijd kende men nog heel wat moeilijkheden: geen behoorlijke helling om de boten te water te laten, in de modder wegzinkende boottrailers, auto’s die elk seizoen hun koppeling stuk reden en tenslotte, als klap op de vuurpijl: last met de bevoegde openbare dienst die het verbod oplegde om op de Moervaart te waterskien. In de mening zijnde dat het stichten van een club een oplossing kon bieden voor deze problemen, besloten we een lokale afdeling van de Vlaamse Vereniging Voor Watersport (VVW) op te richten, te Mendonk met als watervlak de Moervaart.
Zodoende slaagden wij er in vaste voet aan wal te zetten en een concessie, van een domein van 400m langs de oever, in de wacht te slepen. Bovendien werd ons, zij het mondeling, de toelating verleend om op de Moervaart, waar normaal slechts mag gevaren worden aan 6 km/u, de waterskisport te beoefenen vanaf de Kennedybrug tot aan het kanaal Gent Terneuzen. Op het kanaal is een snelvaartzone tussen het veer van Terdonk en het veer van Langerbrugge (daarbuiten 18 km/u). Het eerste levensjaar werd de eentonigheid op ons braakliggend terrein enigszins gebroken door de aanwezigheid van een mobiele kantine die ons werd geschonken door een Gentse brouwerij. In 1971 werd, voor de som van 200.000 frank, een praktisch nieuw geprefabriceerd gebouw aangekocht van een ter ziele gegane mane ge in Bonheiden. Onze leden zorgden voor de heropbouw. Tegelijkertijd werd ook een prefabgebouw opgesteld en ingericht als sanitair. Enkele jaren later, in 1978, werd het lokaal met enkele vierkante meter uitgebreid, en in 1979 werd de infrastructuur van VVW Mendonk uitgebreid met een grote loods (12 m x 67 m).